Aan de orde is de vraag of in een geding voor de burgerlijke rechter, ingesteld door eiser DTH, de onverbindendheid van een algemeen verbindend voorschrift, in casu art. 1 sub b en art. 2 sub b van het Landsbesluit telecommunicatierechten (AB 2003, 83), door deze kan worden vastgesteld; subsidiair of de burgerlijke rechter de (verdere) toepassing van deze bepaling jegens eiser kan verbieden.

Download dit onderzoek (PDF)