Augustus 2012

Rekenkamers kunnen een belangrijke ondersteuning vormen voor gemeenteraadsleden in hun controlerende en kaderstellende taken. Dit is echter niet altijd het geval. Tot op heden ontbreekt echter een overzicht hoe vaak het voorkomt dat rekenkamers onvoldoende functioneren en wat daar de achterliggende oorzaak van is.

In het onderzoeksrapport van Van der Zee en De Jong uit 2010 wordt het begrip ‘slaaprekenkamer’ geïntroduceerd.

Hoewel we weten dat het probleem zich voordoet, is er vooralsnog geen onderzoek verricht naar de aard, de omvang en de oorzaken van slapende rekenkamers. De indruk bestaat echter dat de problematiek in de nabije toekomst niet kleiner zal worden. Enerzijds omdat gemeenten meer en meer te maken krijgen met bezuinigingen, anderzijds zijn veel rekenkamers wellicht onvoldoende in zijn staat gebleken hun meerwaarde aan de gemeenteraden te bewijzen.

De Nederlandse Vereniging van Rekenkamers & Rekenkamercommissies (NVRR) laat daarom een onderzoek uitvoeren dat beoogt het in kwantitatieve zin in kaart brengen van de juridische en financiële status van de lokale rekenkamers en rekenkamerfuncties.
Het doel is de vraag te beantwoorden of zij in staat zijn c.q. in de gelegenheid worden gesteld om conform de letter en de geest van de Gemeentewet en de betreffende gemeentelijke verordening te kunnen functioneren. Deze doelstelling leidt tot de volgende onderzoeksvragen, onderverdeeld in een aantal -hier niet nader genoemde- deelvragen.

  1. Op welke wijze is de lokale rekenkamerfunctie geïnstitutionaliseerd?
  2. Is er een budget aan de rekenkamerfunctie toegekend?
  3. In hoeverre heeft de rekenkamerfunctie output, waaronder:
  4. Wat zijn redenen voor gemeenteraden om de rekenkamerfunctie aan banden te leggen of zelfs materieel volledig af te schaffen?
  5. In hoeverre verhouden zich de gevonden rekenkamermodellen die wij als ‘slapend’ typeren met de wettelijke eisen die daaraan gesteld kunnen worden?

Deze opdracht is in twee opdrachten gesplitst, waarbij StiBaBo het eerste deel van de opdracht op zich zal nemen en het tweede deel in nauw overleg door de Rekenkameronderzoekers Friesland wordt uitgevoerd.
Deze deken zijn de volgende:

  1. Het opleveren van een database van alle Nederlandse gemeenten waarin de financiële en juridische status van de lokale rekenkamers en rekenkamerfuncties volledig is opgenomen.
  2. Het beantwoorden van de vraag of zij in staat zijn c.q. in de gelegenheid worden gesteld om conform de letter en geest van de Gemeentewet en de betreffende gemeentelijke verordening te kunnen functioneren.

Een belangrijk punt in het onderzoek is hoe een slaaprekenkamer wordt gedefinieerd. Het is duidelijk dat inactieve rekenkamers in verscheidene varianten kunnen voorkomen, die ieder op hun beurt weer zijn eigen problematiek kent. Slaaprekenkamer is dan ook geen scherp omgrensd begrip. Sommige varianten zijn licht in slaap gesust dan andere, terwijl een enkeling wellicht in een diep comateuze toestand verkeert.

Aan de hand van een telefonische enquête onder de rekenkamers worden de verkregen gegevens in een database opgenomen en op basis van vooropgestelde criteria in de categorieën wakend, suffend en slapend ingedeeld.
Na analyse van de gegevens zullen de Rekenkameronderzoekers Friesland het tweede deel van het onderzoek voortzetten waarna een gezamenlijk rapport zal worden gepresenteerd.

Het onderzoek is in maart 2013 afgerond. Het Rapport “De staat van de rekenkamer. Een onderzoek naar institutionele vormgeving. budget en output van gemeentelijke rekenkamers en rekenkamercommissies” heeft landelijk veel stof doen opwaaien. De uitkomsten van het rapport hebben tevens geleid tot vragen in de Tweede Kamer.